Marcia Jansen

Journalist

November 5, 2014
by admin
0 comments

Oud-Tielse succesvol met ‘De hartslag van een ander’

Artikel Stad Tiel 5/11

TIEL – ,,Ik was nog in Canada en zag ons boek, dat tot dan toe alleen op mijn computer bestond, voor het eerst op televisie.” Journaliste Marcia Jansen is momenteel ongekend succesvol met het boek ‘De hartslag van een ander, van transplantatie naar triatlon’ dat ze samen schreef met Wouter Duinisveld. De uit Tiel afkomstige Jansen heeft het over het interview met Duinisveld in het programma RTL Late Night van Humberto Tan. ,,Vanaf toen ging het snel, want na drie dagen was er al een tweede druk.”

Een paar jaar geleden verruilde Marcia Jansen de Betuwe voor Salt Spring Island aan de westkust van Canada. Dankzij de moderne communicatietechnieken schrijft ze na haar verhuizing nog steeds voor Nederlandse opdrachtgevers, zoals Triathlon Sport, het bondsblad van de Nederlandse Triathlon Bond. ,,Wouter Duinisveld sprak ik voor het eerst in het voorjaar van 2012. Voor een verhaal over triatleten met een beperking. Via de telefoon spraken we ruim anderhalf uur met elkaar en na afloop maakte ik de opmerking, ‘je zou er zo een boek over kunnen schrijven’. Een paar maanden later vroeg Wouter me, nadat zijn zoontje Olivier was geboren, of ik dat misschien wilde doen. Ik was meteen enthousiast.”

Duinisveld was een gezonde, sportieve jongeman totdat een ‘onschuldig’ griepvirus zijn hart compleet had verwoest. Na een jaar balanceren op het randje van de dood kreeg hij een donorhart en daarmee een tweede kans in het leven. Het boek is een wake-up-call voor iedereen die nog twijfelt over orgaandonorschap. Duinisveld vertelt zijn ingrijpende en inspirerende verhaal en bewijst met zijn relaas hoe belangrijk orgaandonors zijn. In juli 2014 joeg hij zijn grootste droom na: deelnemen aan de Ironman van Frankfurt (3,8 km zwemmen, 180 km fietsen en 42,2 km lopen).

De twee werken ruim twee jaar aan hun boek. Jansen interviewde hem twee jaar lang – meestal om de twee weken – via Skype. ,,Ik heb hem pas in maart van dit jaar ontmoet hier in Nederland. Onze samenwerking kreeg nog een extra dimensie toen ik me, net als hij, inschreef voor mijn eerste Ironman. Voor ieder gesprek namen we steevast eerst onze vorderingen op trainingsgebied door en vertelden we over onze ups en downs in de voorbereiding op onze hele triatlon.”

Rutte als goedmaker

Jansen laat weten dat ze, voordat het boek uitkwam op 16 oktober, vrij gespannen was. ,,Hoewel ik meteen overtuigd was van de kracht van het verhaal van Wouter, is het natuurlijk altijd maar de vraag hoe het boek ontvangen gaat worden.” Minister Edith Schippers zou hen ontvangen op de dag van de boekpresentatie. ,,Die afspraak moest zij helaas afzeggen omdat ze voor een bespreking over de ebolacrisis plotseling naar Brussel moest. Gelukkig konden we een dag later alsnog in Den Haag terecht”, vertelt Jansen. ,,De minister vroeg zich af hoe ze het goed kon maken en heeft toen Mark Rutte gebeld, die ons graag wilde ontvangen in ‘het Torentje’.”

De oud-Tielse besluit: ,,Al met al was het een hectische week, maar nog veel drukker voor Wouter die in de Donorweek in allerlei (radio)programma’s was te zien en te horen. De timing was wat dat betreft perfect. En tot nu toe heb ik eigenlijk alleen maar positieve reacties ontvangen.”

SBS6 Hart van Nederland maakte opnamen van het ontvangst in het Torentje.

October 22, 2014
by admin
0 comments

Artikel Gelderlander 18/10

Interview in De Gelderlander editie Rivierenland naar aanleiding van het verschijnen van ‘De hartslag van een ander’. Tekst Mark van Steenbergen, foto Raphaël Drent.

Deelgenoot op afstand

Terwijl Marcia Jansen zich in Canada zelf voorbereidde op een Ironman, schreef ze ook boek over triatleet met donorhart.

TIEL – „Het begon eigenlijk bij toeval. Nadat ik Wouter Duinisveld in 2012 had geïnterviewd voor een artikel, zei ik dat er wel een boek over hem geschreven kon worden. Een paar maanden later nam hij contact met me op om te vragen of ik dat wilde doen. Twee jaar later is dit het resultaat.” Trots toont Marcia Jansen ‘De hartslag van een ander’. Het boek vertelt het aangrijpende verhaal van een Haagse triatleet die in 2007 een donorhart heeft gekregen en sindsdien keihard heeft getraind om deel te nemen aan een hele triatlon.

Afgelopen juli vond de ontknoping plaats. Duinisveld voltooide de Ironman van het Duitse Frankfurt. Jansen, freelance journaliste en schrijfster, volgde het traject van de Hagenaar in de laatste twee jaar op de voet. Weliswaar op afstand, want de geboren en getogen Tielse woont sinds 2012 in Canada. Om de twee weken sprak ze Duinisveld via Skype. „Dan interviewde ik hem over wat hij allemaal had meegemaakt. Gelukkig kon ik me als triatlete goed in zijn leven verplaatsen. Dat hielp me bij het schrijven.”

Daarmee doelt Jansen op haar eigen trainingsprogramma. De Tielse bereidde zich op hetzelfde moment als Duinisveld voor op een hele triatlon (3,8 kilometer zwemmen, 180 km fietsen en 42,2 km hardlopen). Ze maakte heel wat trainingsuren op Salt Spring Island, aan de Canadese westkust. „Ik wilde ook altijd al een Ironman doen, maar het kwam er nooit van door mijn werk en de komst van mijn kinderen. Dit was voor mij ook het moment om het te gaan doen. Daardoor was het makkelijker om me in te leven in zijn situatie. Ik wist zo’n beetje wat Wouter doormaakte en waar hij tegenaan liep. We kletsten daarom ook altijd even bij over de trainingen die we hadden gedaan. Geweldig dat we uiteindelijk allebei de finish hebben gehaald.” Duinisveld deed er in Frankfurt 13 uur en 37 minuten over, Jansen zette in het Canadese Whistler een tijd van 12 uur en 14 minuten neer.

Deze week vertoefde Jansen weer even in Nederland om aanwezig te kunnen zijn bij de boekpresentatie, die gisteren plaatsvond in Den Haag. ‘De hartslag van een ander’ is verkrijgbaar via internet en te koop in diverse boekenwinkels. „Het is een levensecht verhaal. Ik heb niets mooier gemaakt dan dat het was. Dat hoefde ook niet, want het verhaal is al indrukwekkend genoeg.”

 

October 1, 2014
by admin
0 comments

Boekpresentatie ‘De hartslag van een ander’

Meer dan twee jaar hebben we er aan gewerkt, maar op donderdag 16 oktober is het dan eindelijk zover: de boekpresentatie van ‘De hartslag van een ander’ in boekhandel Paagman in Den Haag.

Wouter Duinisveld sprak ik voor het eerst in het voorjaar van 2012. Voor een verhaal over triatleten met een beperking, dat ik schreef voor Triathlon Sport, het bondsblad van de Nederlandse Triathlon Bond. Via de telefoon spraken we ruim anderhalf uur met elkaar – terwijl ik maar één pagina mocht vullen – en na afloop maakte ik de opmerking, ‘je zou er zo een boek over kunnen schrijven’.

Een paar maanden later vroeg Wouter me, nadat zijn zoontje Olivier was geboren, of ik dat misschien wilde doen. Ik was meteen enthousiast. Het is zo bijzonder dat Wouter met zijn medische achtergrond aan triatlon doet. En door zijn verhaal op te schrijven, zouden we kunnen laten zien hoe belangrijk het is om je te laten registeren in het donorregister www.jaofnee.nl Want het tekort aan donororganen is groot.

Twee jaar lang interviewde ik Wouter – meestal iedere twee weken – via Skype. Want hij woont in Voorburg en ik op Salt Spring Island, aan de westkust van Canada. Pas in maart van dit jaar ontmoette ik hem, samen met uitgever Bram Bakker, voor het eerst in Nederland.

Onze samenwerking kreeg nog een extra dimensie toen  ik me, net als hij, inschreef voor mijn eerste Ironman. Voor ieder gesprek namen we steevast eerst onze vorderingen op trainingsgebied door en vertelden we over onze ups en downs in de voorbereiding op onze hele triatlon (3,8 km zwemmen, 180 km fietsen en 42,2 km hardlopen).

De laatste maanden waren enorm spannend. Blessures liggen altijd op de loer. En als harttransplantatiepatiënt heeft Wouter een onderdrukt afweersysteem, waardoor hij extra vatbaar is voor infecties en virussen. De voorbereiding verliep niet altijd even soepel, maar op 6 juli 2014 realiseerde hij zijn ultieme droom door te finishen in de Ironman in Frankfurt. En ik deed hetzelfde, drie weken later, in de Ironman in Whistler (Canada).

En nu is het boek klaar, gedrukt en wel, ligt het in de winkels en wordt het in de donorweek gepresenteerd in Den Haag. Wouter vertelt op donderdagavond 16 oktober in boekhandel Paagman over de transplantatie, zijn revalidatie en de weg naar de Ironman Frankfurt, waar hij begin juli aan meedeed.

Kom ook langs. De toegang is gratis en het is dé kans om een gesigneerd exemplaar te bemachtigen.

Meld je hier aan voor de boekpresentatie van ‘De hartslag van een ander’

 

 

September 24, 2014
by admin
0 comments

‘De hartslag van een ander’

Begin oktober verschijnt bij uitgeverij Lucht het boek ‘De hartslag van een ander, van transplantatie naar triatlon’ dat ik samen met Wouter Duinisveld schreef. ‘De hartslag van een ander’ is het inspirerende verhaal van Wouter Duinisveld (1977); een gezonde en sportieve jongeman, totdat een virusinfectie zijn hart compleet verwoest.

In oktober 2007 krijgt Wouter een donorhart en daarmee een tweede kans in het leven. Hoewel hij iedere dag veel medicijnen moet slikken en een beperkte levensverwachting heeft, denkt hij in mogelijkheden in plaats van beperkingen. Op 6 juli 2014 gaat zijn ultieme sportdroom in vervulling, als hij de finish haalt van de befaamde Ironman in Frankfurt (3,8 kilometer zwemmen, 180 kilometer fietsen en 42,2 kilometer hardlopen).

Met het boek wil Wouter het grote tekort aan orgaandonoren onder de aandacht brengen en de ziekte myocarditis meer bekendheid geven. Ook hoopt hij met zijn verhaal mensen – jong en oud, ziek en gezond, op een wachtlijst of niet – te inspireren, ze te laten zien dat je ondanks beperkingen nog steeds dromen kunt najagen en ambities waarmaken.

Maar het belangrijkste is dat Wouter zijn verhaal, wat hem is overkomen en hoe hij daar mee om is gegaan, graag wil vertellen aan zijn kinderen. Hij wil ze levenslessen meegeven, zoals zijn vader dat met hem heeft gedaan. “Maar als die tijd me niet gegund is, de levensverwachting voor mensen met een donorhart is helaas beperkt, staat alles in dit boek.”

Bestel ‘De Hartslag van een ander’ hier

 

 

September 1, 2014
by admin
1 Comment

Ironman Whistler: finish met een lach

Mistdampen hangen boven Alta Lake en de zon komt op achter de bergen. Tussen zo’n tweeduizend groene en roze badmutsen wacht ik op het strand tot ik het water in mag. De zenuwen gieren door mijn keel. Zelfs het geruststellende ‘Everything’s gonna be alright’ van Bob Marley, dat even daarvoor door de wisselzone klonk, kan daar niets aan veranderen. 3,8 kilometer zwemmen is geen probleem, maar 180 kilometer fietsen heb ik – zelfs in mijn periode als wielrenster – nog nooit gedaan. En alsof 180 kilometer fietsen nog niet zwaar genoeg is, staat er als toetje ook nog eens een marathon op het programma…

Als de professionals zijn vertrokken, zoek ik de tussen de agegroupatleten een plekje in het water. Zwemmen is mijn sterkste onderdeel en ik besluit dan ook een positie zo dicht mogelijk aan de zijkant van het veld te vinden, zodat ik in een rechte lijn naar de eerste boei kan zwemmen. Ook al is het risico zo groter dat ik in een kluwen van maaiende armen en trappelende benen terechtkom. Al watertrappelend wacht ik op het startsignaal en dan ineens zijn we onderweg. Mijn strategie is om tweehonderd meter flink door te zwemmen en daarna mijn eigen tempo te kiezen. Tot mijn verbazing zwem ik niemand in de weg en ligt ook mij niemand in de weg. Ik vind een roze badmuts die een prettig tempo aanhoudt. Niet te langzaam, maar zeker ook niet te snel, want ik heb nog een lange dag voor de boeg.

Na de eerste ronde van 1,9 kilometer, waarin ik me niet al te veel ingespannen heb, wil ik er eigenlijk een schepje bovenop gooien. Ik doe een poging om de roze badmuts voor me in te halen, maar moet daar zoveel moeite voor doen, dat ik me toch maar weer terug laat zakken. Het lijkt me beter om relaxt verder te zwemmen, dan om een paar minuten tijdwinst te boeken en daarmee te veel energie te verspelen. Dus blijf ik dicht achter mijn voorgangster en zing wat liedjes in mijn hoofd om de tijd te doden. En voordat ik het weet, komt het publiek op het strand weer in zicht. Na een krap uur ren ik, als eerste in mijn leeftijdscategorie maar dat hoor ik pas later, het strand op en probeer mijn wetsuit uit te trekken. Dat lukt gedeeltelijk, want mijn rechtermouw blijft achter mijn horloge haken. Maar met wat hulp van vrijwilligers die klaar staan om de deelnemers het wetsuit van het lijf te trekken, ga ik uiteindelijk op weg naar mijn tas met fietsspullen en de omkleedtent. De wissel gaat snel – fietsschoenen aan, helm en bril op – en dan ren ik door de wisselzone, die nog helemaal vol met fietsen staat, en al zwaaiend naar Huib en de kinderen, richting het sunscreen team. Het is net acht uur geweest en het belooft een zonnige en warme dag te worden. Een laag zonnebrandcrème is geen overbodige luxe, schat ik zo in.

Eenmaal op de fiets mogen we meteen een klimmetje op. Het is een mooie test voor wat er nog komen gaat, maar de benen voelen goed. Wat een opluchting. Ik eet en drink wat en fiets vanuit Whistler richting Whistler Olympic Park, waar in 2012 tijdens de Winterspelen in Vancouver de crosscountry skionderdelen plaatsvonden. Liggend in mijn aerodynamische stuur verwacht ik dat al snel hordes triatleten me zullen passeren, maar dat gebeurt niet. Eenmaal op de negen kilometer lange beklimming naar het skicentrum – waar ik tijdens de verkenning nog op twee beren stuitte – haal ik op een licht verzetje zelfs wat mensen in. Het is goed voor de moraal, maar ik weersta de verleiding om al in de beginfase met mijn krachten te gaan smijten.

Na een pion op de top van de berg te hebben gerond, suis ik met een flinke vaart naar beneden. Genietend van het beeld van de eindeloze stroom fietsers die achter mij nog steeds de berg op kronkelt. Het is een makkelijke afdaling, recht toe, rechtaan, met hier en daar een flauwe bocht. Niet te vergelijken met de afdalingen in de Alpen of de Pyreneeën. Eenmaal beneden eet en drink ik weer wat en pak ik een fles water aan bij een verzorgingspost. Ik fiets dezelfde weg terug naar Whistler, waar Huib, de meiden en vrienden me langs de kant van de weg staan aan te moedigen. Op naar het tweede deel van het fietsparcours dat naar Pemberton leidt.

De weg naar Pemberton is een lange, geleidelijke afdaling, met hier en daar een stukje omhoog. In Pemberton staat mijn special needs bag klaar, met een reservebandje en luchtpatroon, maar die heb ik niet nodig. In een mooi tempo fiets ik richting Pemberton Valley. Als ik de besneeuwde bergtoppen om me heen niet had gezien, zou ik bijna denken dat ik in Nederland was. Er zijn boerderijen, er staan zwartbonte koeien in de wei en de weg is vlak. Vlak! Hier komt mijn aangeschafte, doch tweedehandse Wilier tijdritfiets goed van pas. Het keerpunt ligt op dertig kilometer en is niet te missen, want de asfaltweg gaat precies daar over in een gravelroad. Op de terugweg begin ik mijn rug te voelen, maar ik trap dapper door. Me ondertussen een beetje zorgen makend over de dertig kilometer lange klim terug naar Whistler. Want ‘what goes up, must come down’, of andersom in dit geval.

Ik begin vol goede moed aan de lange beklimming. Weer op de lichtste versnelling, maar de souplesse is nu ver te zoeken. Ik duw op mijn pedalen, denk aan positieve dingen en zie aan de andere kant van de weg de hekkensluiters in de race nog afdalen. Ik heb niet echt zin om te eten, maar probeer om in de laatste kilometers toch mijn bidon met UCan chocoladedrank leeg te drinken. De kilometers gaan langzaam, maar na iets meer dan zes uur fietsen, krijg ik Green Lake in zicht, waar ik straks een stuk omheen moet lopen. Eenmaal in Whistler zie ik Huib en de meiden weer. Ik grijns naar ze en fiets het laatste stukje richting de wisselzone. Daar lukt het me om – al was het een sprintafstand – van de fiets te springen. Ik doe vervolgens een halfslachtige poging om naar de omkleedtent te rennen, maar mijn benen zijn ontzettend stijf en ik kom niet verder dan tien meter voordat ik besluit toch maar te wandelen.

In de omkleedtent krijg ik mijn tas met hardloopspullen aangereikt. Na twee woorden met de vrijwilligster die mijn spullen aangeeft, te hebben gewisseld, vraagt ze of ik uit Nederland kom. Tja, dat accent raak ik maar niet kwijt. Terwijl ik me omkleed en een droog shirtje en broekje aantrek, vertelt zij dat ze met haar ouders op zevenjarige leeftijd naar Canada is geëmigreerd. Na een pitstop in een porta potti en wederom bij het sunscreen team, ben ik onderweg voor 42 kilometer hardlopen. Slik.

Het is warm en ik probeer bij iedere feed zone iets te drinken. Het parcours voert eerst naar Lost Lake waar we een stuk van de route over een gravelpad lopen. Dit gedeelte kent een paar steile klimmetjes en ik voel mijn spieren branden. Eenmaal om het meer, voert het parcours langs het huisje waar we verblijven en daar zie ik Huib. De kinderen liggen in het zwembad. De ronde langs Green Lake is redelijk vlak en ik houd het tempo er manmoedig in. Na twintig kilometer wordt het al zwaarder en als ik voor de tweede keer richting Lost Lake ga, kan ik maar aan één ding denken: wandelen. Twintig kilometer is veel te vroeg, houd ik me voor, maar beloof mezelf dat ik op een steil klimmetje wel even wat rustiger aan mag doen. Eenmaal terug bij ons huisje zie ik Huib niet. Dat is een tegenvaller. En voor ik het weet wandel ik ook een vlak stuk.

Ook wandel ik in de verzorgingszones, zodat ik rustig kan eten en drinken. En ik stop bij iedere dixie die ik maar zie om te plassen. Terwijl ik nog maar weer eens een stukje wandel, zie ik ineens Huib. Op zijn mountainbike. Hij vraagt waarom ik wandel. Ja, waarom eigenlijk? Ik ben moe. Maar ik heb geen kramp, blessures en ik hoef ook niet over te geven. Het zit allemaal in mijn hoofd, vertel ik hem. Nou rennen dan, roept Huib. En daar ga ik dan, terwijl Huib stukken met me mee fietst. Nu lukt het wel. Zelfs helemaal tot de finish.

In de laatste drie kilometer vlieg ik mensen voorbij. Ik ga het halen! Vijfhonderd meter voor de finishlijn zie ik Donna, Nina en twee vriendinnetjes. Aan de andere kant van het hek rennen ze met mee. Ik lach en deel in de laatste honderd meter nog wat high fives uit. Van te voren had ik verwacht, watje als ik ben, dat ik in tranen over de finish zou komen. Het tegendeel is waar. Na 12 uur, 14 minuten en vier seconden kom ik met een big smile over de finish. Mijn belangrijkste doelen gehaald: gezond finishen, het liefst tussen de 12 en 13 uur, en met een lach op mijn gezicht!